Historie

Historie

Kunststof bestaat nog maar relatief kort. Rond 1850 werd in Amerika één van de eerste kunststoffen uitgevonden: celluloid. Men maakte er vooral biljartballen van en dat was een hele uitkomst, want de gebruikelijke ivoren ballen werden in die dagen gemaakt van slagtanden van olifanten

In het begin van de 20e eeuw werden de eerste kunststoffen commercieel en breder ingezet. Rond 1908 maakte de in Amerika wonende Belg, Leo Hendrik Baekeland, een nieuw materiaal door verschillende chemicaliën te mengen met zaagsel. Het was donkerkleurig, hard, stevig en hij kon het iedere vorm geven die hij wilde. Hij noemde deze primeur naar zichzelf: bakeliet.

Het polymerentijdperk was aangebroken. Bakeliet leek geschikt voor iedere denkbare toepassing: servies, elektrische apparaten, telefoons, maar ook kunstvoorwerpen. Na de uitvinding van bakeliet ging de wetenschap zich met kunststof bezighouden, waarna de ontwikkelingen zich snel opvolgden. Al in de jaren '30 waren er verschillende kunststoffen op de markt, met als klapstuk nylon (polyamide 6.6). Het was het eerste, moderne 'superplastic'. Van nylon waren vezels te maken die weer werden gebruikt voor dameskousen, de zogenaamde nylons. Het werd een daverend succes. Toen in 1939 de eerste nylonkousen op de markt verschenen, werden er binnen een jaar tijd 64 miljoen paar verkocht!

Vooral na 1945 ging het hard met kunststof. Het bleek dat niet alleen bestaande producten met dit nieuwe materiaal konden worden gemaakt, ook totaal nieuwe producten kwamen binnen handbereik. Kunststof is daarmee een van de belangrijkste materialen geworden voor onze hedendaagse producten en moderne samenleving. Kunststof maakt het onmogelijke mogelijk: het is snel en eenvoudig te produceren en makkelijk verwerkbaar, geeft veel ontwerpvrijheid en toepassingsmogelijkheden.

 

< Terug naar Onze industrie

image_pdfimage_print