9 december 2022
Best practices

ReVink maakt de cirkel rond

Met het programma ReVink levert distributeur Vink Kunststoffen een zeer waardevolle bijdrage aan de circulaire economie. Samen met zijn afnemers verzamelt het grote hoeveelheden post-industrial en -consumer materiaal. Dat wordt niet langer afgevoerd als afval, maar kan na de recycling als dezelfde A-kwaliteit grondstof worden terug geleverd. “Onze klanten worden zo voor een deel hun eigen grondstofleverancier.”

 

Het bedrijf uit Didam levert kunststof-halffabricaten zoals buizen, staven, platen en folies aan afnemers die hier eindproducten van maken. Bij de bewerkingen die daarvoor nodig zijn, ontstaat in veel gevallen enig restafval in de vorm van brokken of stroken: post-industrial materiaal in vaktermen.

In het verleden belandde dit grotendeels in de afvalbak, maar nu staan er bij elke afnemer één of meer recyclekratten waarin het materiaal per kunststofsoort kan worden verzameld. Is een krat eenmaal vol, dan gaat het terug naar Vink waar een vaste medewerker de inhoud op zuiverheid controleert. Bij genoeg volume gaat het retour naar één van de kunststofleveranciers, die het tot grondstof verwerkt en als dezelfde kwaliteit halffabricaten terug levert.

98 procent gesorteerd

Vink nam Bas Gepkens aan om samen met KAM-manager Jeff Steltenpool de kar van ReVink te trekken. De naam ReVink is een afkorting van ‘Kunststof recyclingprogramma Vink’ en tevens een knipoog naar Rethink. Het programma loopt nu zo’n drie jaar en komt goed op stoom: circa 98 procent van het restafval komt netjes gesorteerd terug. Dat is veel méér dan in het verleden toen Vink had geprobeerd om een dergelijk initiatief op te zetten, destijds onder de naam Vink Recycling Service. “Dat programma werd onbedoeld als vrijblijvend gezien”, vertelt Steltenpool. “Elke afnemer die dat wilde kon een recyclekrat krijgen. Sommige zagen het als een gemakkelijke manier om van hun afval af te komen. We kregen kratten vol met allerlei verschillende soorten materialen door elkaar heen. Daardoor konden wij het niet gebruiken voor het recyclingprogramma en moesten er kosten worden gemaakt om het af te voeren. Dat was eigenlijk het tegenovergestelde van wat we wilden bereiken.”

Er was dus een meer professionele aanpak nodig waarbij het commitment van beide partijen werd gevraagd. Gepkens en Steltenpool belden met alle klanten over dit plan en stelden een overeenkomst op. Steltenpool: “In die overeenkomst staat wat we van elkaar mogen verwachten. Op de website staan de spelregels nog eens goed uitgelegd. Het is nadrukkelijk een inspanning van alle partijen, daar hoort dus een wederzijdse verantwoordelijkheid bij.”

 

Jeff Steltenpool en Bas Gepkens trekken de kar van het programma ReVink.

Traject voor elke klant

Aangezien de inzameling van het productieafval goed en vlot verloopt, wordt sinds kort ook post-consumer materiaal ingezameld: producten die de afnemers weer van hun klanten innemen. Met de vaste recyclepartners en leveranciers onderzoekt Vink in welke toepassing ook dit meer diverse materiaal een tweede leven kan krijgen. “Het is een groeiproces dat we samen door moeten maken”, zegt Gepkens. “Logischerwijs zien de leveranciers in het post-industrial materiaal de minste risico’s, want daarvan is de herkomst bekend. Nu langzamerhand proberen we aan het programma meer post-consumer materiaal toe te voegen. We zitten steeds vaker aan tafel bij de afnemers, die alle hun eigen specifieke behoefte hebben. Voor elke klant proberen we een traject op te zetten, samen met de mensen van het bedrijf zoals de productdesigners.”

Kans om te recyclen

Dat zo’n groot aantal afnemers enthousiast meedoet met ReVink verbaast de twee niet. “Vooral de bedrijven die een grote verscheidenheid aan kunststoffen verwerken, komen vaak niet aan het volume restafval om het bij de recyclers aan te bieden”, zegt Steltenpool. “Ze willen wel recyclen, maar krijgen de kans niet. Bij ons doen ze mee ongeacht de hoeveelheid en de wisselfrequentie van de kratten. En omdat wij de ingang hebben bij de leveranciers kan het A-kwaliteit materiaal weer worden ingezet voor de productie van dezelfde A-kwaliteit halffabricaten waar de resten uit voortkomen. Dat is volgens mij de essentie van de circulaire economie.”

Afnemers krijgen op die manier ook de kans om hun concurrentiepositie te verstevigen. “Het voordeel zit ‘m vooral in de opdrachten die ze aannemen omdat ze duurzaam werken en een deel van de concurrentie niet”, zegt Gepkens. “Als Vink weten we hoeveel materiaal we leveren en hoeveel er aan de klanten wordt terug geleverd. Hoe mooi is het als je als kunststofverwerker kan zeggen dat jouw post industrial en -consumer afval wordt verwerkt tot nieuwe grondstof, die je vervolgens ook weer terug koopt? Tastbaarder dan dat kan het niet worden. Onze klanten worden zo zelfs voor een deel hun eigen grondstofleverancier.”

 

 

 

 

Lees ook

  • Best practices
    29 november 2022

    Kunststofafval krijgt tweede leven

    In de dagelijkse praktijk eindigen veel verpakkingen in de verbrandingsoven. Dat kan en dat moét ...

    Lees verder
  • Best practices
    4 november 2022

    Oude koelkast wordt nieuw speelgoed

    Wat gebeurt er met huishoudelijke apparaten nadat de consument die heeft ingeleverd? Recyclingbedrijf Coolrec, dochteronderneming ...

    Lees verder